2013 Caesuur Zomertentoonstelling ´de schilder, het werk & het atelier'
27 juli tot 1 september, Group exhibition ´het atelier´
Giel Louws, Curiositas, Michiel Paalvast, Koen Broucke, Niek Hendrix, Machteld Solinger,
Thomas Rameckers, Jeanny Golembiewski, Michiel Paalvast, Viktor Baltus, Jan Wattjes, Just Quist,
Aimee Terburg, Evelien de Jong, Fabian Westphal, Kees de Kort, Luc van der Velde (B), Ralph de Jongh, Machiel van Soest
Lange Noordstraat 67, 4331 CC Middelburg
www.caesuur.nl
Catalogus Zomertentoonstelling ´de schilder, het werk & het atelier'
|
De geheime tuin
... & het atelier... jaja! waar is dat eigenlijk gebleven? Aller ogen zijn gericht geweest op de schilder en op het werk. Wie we te spreken kregen was steeds wel de schilder, en wat we te zien kregen, was het resultaat van diens inspanningen. Wat we niet hebben laten zien is de weg die het werk heeft afgelegd doorheen het atelier onder de handen van de schilder middels de materialen die hem ten dienste staan. Toch waren we vast van plan dat te laten zien in deze cyclus De schilder, het werk het atelier. We dachten ons een plaats, een hoekje in Caesuur, misschien een soort tableau vivant of een fysieke still van het atelier.
Het is ons, afgezien van een geringe poging bij de eerste tentoonstelling, die van Niek Hendrix, niet gelukt. Tenminste niet zo fysiek. Wat we wel hadden waren de filmpjes van Anne Breel, die ons meestal de schilder in zijn atelier lieten zien, en in elk geval de schilder live bij en over zijn werk. Wat we nu in deze zomertentoon-stelling bieden, ligt enigszins in het verlengde daarvan: een foto van het atelier van elke schilder afzonderlijk en van diens eigen hand.
Maar is een foto van een atelier toereikend, of zelfs bruikbaar om toegang tot dat atelier te krijgen? De afbeelding is immers niet het atelier zelf. Blijft het dan niet gewoon een still waar meestal de schilder niet in aanwezig is, en in ieder geval niet actief is. En dan nog: wat voegt een afbeelding van een atelier toe aan wat de schilder ons in de vorm van zijn werk al heeft la-ten zien/wil laten zien? Is het voyeurisme dat ons drijft, zoals bij een foto van een plaats delict van een misdrijf? Het voyeurisme dat tenten en schermen daartoe heeft doen oprichten rond zo’n plaats, en dat daarmee juist, of deste meer tot nieuwsgierigheid uitlokt? Het is een foto van “hier gebeurt het”, maar er gebeurt niets, en evenals een foto van een “plaats delict” alleen iets aan de fantasie kan overlaten als je weet wat het delict geweest is, kun je je alleen iets voorstellen bij zo’n atelierfoto als je al iets weet van de schilder zelf.
Bovendien heeft onze vraag aan elke schilder om van zijn atelier een foto van eigen hand te maken de zaak nog ingewikkelder gemaakt. Het was geen buitenstaander, hij was het zelf. Wat we dus te zien krijgen van elk atelier is wat de schilder kennelijk wil dat we zien. Hij verbergt zijn atelier achter de foto die hij ervan gemaakt heeft, hij maakt het tot een soort theater: kijk, hier treed ik altijd op, ik ben er even niet, maar je mag wel even binnenkijken.
Zo laat Niek Hendrix bijna beeldvullend een groot wit doek zien waarop het invallend licht zichzelf geschilderd heeft. Just Quist toont slechts een hoekje van zijn atelier met enkele objecten die men onder zekere omstandigheden en vanuit bepaalde perspectieven kunstwerken zou kunnen noemen. Ook Ralph de Jongh laat vooral zijn werk zien, maar dan menigvuldig. Giel Louws toont een stukje van zijn ateliervloer met verfvierkanten, als negatieven van de schilderijen die daar zijn afgewerkt. Machiel van Soest laat ons zijn totale atelier zien vanuit de positie waar hij zelf zit als hij zijn werk-in-uitvoering in ogenschouw neemt, en dat heeft ook Michiel Paalvast gedaan. Maar bij Machiel zie je een hele grote ruimte met heel veel werken, en bij Michiel een muur van drie bij vier met één klein schilderij. Aimée Terburg laat ons haar atelier juist van bovenaf zien, een positie die een
bijna abstract beeld geeft, net als haar werk. Thomas Rameckers toont ons een bijna lege ruimte met een stoel, een schilderij en een bakkie
water op de grond. Bij Luc Vandevelde vraag je je af hoe in zo’n pijpenla zulke grote doeken gemaakt kunnen worden. Van Machteld Solinger en ook van Kees de Kort mogen we de hele ruimte zien, maar juist met veel werk, alsof ze net even weg zijn. Van Hans Overvliet is alleen zijn jasje aanwezig – hijzelf staat achter zijn camera waarin dit diagonale beeld van een opgeruimd atelier verstopt zit. Even ordelijk is het atelier van Viktor Baltus – zie het keurige rijtje autonome objecten aan de muur, geordend als gedichten in een bundel - en even afwezig is hij zelf. Evelien de Jong is juist wel aanwezig, maar in een grote spiegel en met een van haar maskers op. Ook Jeanny Golembiewski is aanwezig, en gewoon aan het werk. Jan Wattjes geeft een bijna klassiek beeld van “het atelier”: overal verf, vooral ook op de vloer, overal materialen en overal licht. Ook Koen Broucke’s foto is klassiek, maar dan juist in het duistere – hoewel er veel licht is – en van een serene orde.
Maar een atelier is natuurlijk geen theater waar in de schilder optreedt, het atelier is zijn leven, en zijn proeftuin, en als zodanig privé-domein, en daar hebben we dan ook eigenlijk niets te maken.
Wat zoeken we daar dan eigenlijk?
In de loop van de serie tafelgesprekken werd duidelijk waarom onze poging het atelier fysiek te verbeelden een zinloze onderneming was: want gaandeweg kwam aan het licht wat een atelier eigenlijk is. In die gesprekken ging het vaak ook over het werk als activiteit, als methode, als proces.
Daarvan is het atelier niets meer dan de fysieke plaats, zoals dat voor elke werkplaats geldt. De magie die ervan uitgaat is de magie van de eigen verbeelding, en die is nu juist niet te verbeelden, of liever: dat beeld heb je dus al. Het is de magie van onze eigen mythologieën over “het atelier” en “de kunstenaar”: de alchemist of de tovenaar die uit allerlei amorfe materialen ons een beeld voortovert dat er voordien niet was en dat we ook niet meer zouden willen missen, omdat het ons toegang biedt tot ons eigen innerlijk, het sprakeloze, het onzegbare.
© Harmen Eijzenga |