| |
|
|
Club Martini, ‘Stirred not shaken’, 18 april- 1juni, Galerie Diederik Storms te Bellingwolde Negen
kunstenaars vormen sinds 1998 samen onder de naam ‘Club
Martini’ een schildersclub. Ze hebben geen speciaal
bindende filosofie of hetzelfde specifieke genre wat ze bindt maar het
zijn allen schilders en tekenaars die in verschillende jaren zijn afgestudeerd
op de academie Minerva te Groningen. Door in hun schildersclub elkaars
werk op de voet te volgenen het tegen het licht te houden toetsen ze
elkaars kwaliteit. Speciaal
voor deze expositie in Galerie Diederik
Storms hebben Arnout van
Albada, Manuel Remerie en Tommie
van der Zee gezamenlijk een schilderij van twee bij
4 meter gemaakt getiteld ‘de ontvoering van Europa’. De
combinatie van fijnschilder en hyperrealist Albada-
www.vanalbada.nl-, abstraherende schilder met groffere toets Remerie
en alleskunner van der Zee
zorgt voor een schilderij dat van veraf en dichtbij je ogen laat kijken,
zoeken en bewonderen. Je zweeft als het ware boven het doek door hun
goed gebruikte vogelperspectief en zoekt naar een plek om te landen.
Meerder plekken zijn geschikt om te landen en langer rond te kijken. Al met al genoeg reden een bezoek te brengen aan Galerie Diederik Storms te Bellingwolde. De diversiteit aan schilder- en tekenkunst die te zien is en het zichtbare plezier waar het mee gemaakt is, is de moeite waard. Galerie:
Galerie Diederik Storms, Waar: Hoofdweg 150, Bellingwolde |
![]() |
| Aimée
Terburg, zonder titel, 2003, acryl op polyester, 60 x 200 x 6 cm |
![]() |
| Gezamenlijk kunstwerk: Arnout van Albada, Manuel Remerie, Tommie van der Zee, ‘De ontvoering van Europa’, 2004, olieverf op doek, 2x4 m |
| Extra informatie over ‘de ontvoering van Europa’ De valstrik van klassieke mythologie als inspiratiebron voor moderne schilderkunst is het letterlijk volgen van de verhalen. Arnout van Albada, Manuel Remerie en Tommie van der Zee zijn aan de haal gegaan met het verhaal van de schone Europa die op het strand verleid wordt door oppergod Zeus, vermomd als witte stier. Het hele schilderij meet een ouderwets pompeuze maat van vier meter bij bijna twee meter hoog, een maat waar, sinds men de Russische Salonschilderkunst van de negentiende eeuw weer eens heeft kunnen aanschouwen in het Groninger Museum, makers en toeschouwers niet voor terug hoeven te deinzen. In het dagelijkse schildersbestaan zijn de drie stilleven, interieur en modelschilders, modern ambachtelijk figuratief, met een typisch Noordelijk figuratieve achtergrond. De schilders zijn vergelijkingen met hun Groningse collega’s bewust uit de weg gegaan. In de voorstelling geen olifanten, geisha’s en andere iconen van ‘esthethiek’. Hun eigen gevoel van schoonheid (en lelijkheid), volledig uit de eigen verbeelding ontsproten, heeft geleid tot een mengelmoes van cosmopolitisch, apocaliptische stadsbeelden met een niet bestaande klassieke stadskern, waar neonverlichting de horizon vervuilt. Voor de schilders is het schilderen in samenwerkingsverband een bijzonder leerzame ervaring geweest. Een constant tegen elkaar afzetten van meningen en ideeën, die zeker in de toekomst zijn weerslag zal vinden in de individuele kunst van de drie. |